Wennen aan lockdowns

Net zoals ik nog precies weet waar ik was toen ik hoorde van 9/11, de moord op Pim Fortuyn en de ramp met vlucht MH17, weet ik ook nog precies hoe en waar ik op zondag 15 maart hoorde dat De Horeca Ging Sluiten. Ik zat in de trein en werd gebeld door een vriendin die ik net 3 minuten daarvoor nog met een elleboogboks gedag had gezegd, nadat we een hele middag samen hadden doorgebracht (in o.a. de horeca). Dit nieuws was zo erg dat ze iemand móest bellen om het te bespreken.

Op weg naar huis besloot ik, nu het nog kon, een ijsje te halen. In de ijssalon ging het gesprek, zoals toen gewoon was, alleen maar over de coronasituatie. Het dodelijke virus had destijds één positief effect: opeens spraken volstrekt onbekenden zomaar met elkaar. Het was namelijk een Noodsituatie en Noodsituaties zorgen voor verbinding. Het was nog niet duidelijk of de ijssalon open mocht blijven, wel voorspelde de eigenaar dat de scholen tot de zomervakantie dicht zouden blijven. Hij kreeg nog bijna gelijk ook.

De ijssalon bleef toch open, maar slechts één week. Tot die Beruchte Zondag in maart, toen het heel mooi weer was en iedereen, zelfs mensen die nog nooit van het woord ‘natuur’ gehoord hadden, massaal naar buiten ging. Op die tweede lentedag was er zo’n grote stormloop geweest op ijsjes dat de ijssalon zich voor de coronaveiligheid gedwongen voelde om te sluiten.

Die maandag kregen we allemaal een uitbrander van minister Grapperhaus. Samenkomsten werden verboden tot 1 juno.

In die tijd was de coronacommunicatie nog niet zo doordacht als nu, want waar Grapperhaus met samenkomsten alleen vergunnigsplichtige evenementen bedoelde, zoals festivals, interpreteerde de rest van Nederland het als ‘momenten waarop je met andere mensen bij elkaar bent’. Waar we ons eerst richtten op 6 april (tot dan zouden scholen en horeca sowieso gesloten zijn), leek het nu alsof het hele land tot 1 juni op slot zou gaan.

Ik was zó verdrietig dat het pijn deed en die knagende pijn hield me de halve nacht uit mijn slaap. In mijn dagboek schreef ik “Om te zorgen dat er geen mensen dood gaan, mogen wij de komende twee maanden niet leven.” De volgende ochtend, toen er meer duidelijkheid was gegeven, nuanceerde ik dat: “Niet alle coronamaatregelen, zoals sluiting van horeca en sportgelegenheden, duren tot 1 juni. Duren niet direct tot 1 juni, zou ik er pessimistisch bij willen zeggen. Want als evenementen, ongeacht het aantal deelnemers, tot 1 juni verboden zijn, hoe kun je dan wel met zijn vijftienen yoga’en, of met zijn vijftigen in een café zitten?”
De horeca bleef uiteindelijk tot 1 juno gesloten.

Inmiddels zijn we 7 maanden verder. De eerste coronababy’s zijn al geboren, te vinden in couveuses in hetzelfde gebouw als waar mensen vanwege het coronavirus aan de beademing liggen. We zitten in de tweede golf en de horeca moet minstens een maand dicht.

Eind maart was ik diep ongelukkig bij het idee dat we twee maanden lang niet uit eten, uit drinken, uit sporten en anderszins uit konden gaan. Toen het eind mei werd, bleek dat ik dat prima overleefd had.

En dat is precies wat al lang uit psychologisch onderzoek is gebleken. Als mensen moeten inschatten hoe (on)gelukkig ze zich zouden voelen nadat ze de loterij hadden gewonnen of nadat ze door een auto-ongeluk in een rolstoel zouden zijn beland, dan denken ze dat ze een jaar na de loterij nog heel gelukkig zijn en een jaar na het ongeluk nog heel ongelukkig. In werkelijkheid is het zo dat alles went. Je leert bewegen in de rolstoel, je beperking te accepteren en je ontdekt welke dingen echt belangrijk zijn in het leven. Of je went aan je hoge bankrekening, krijgt last van mensen die allemaal geld van je willen hebben en je mist de eenvoud van je leven toen je nog geen miljonair was. Uiteindelijk voel je je lang niet zo gelukkig of ongelukkig als je een jaar van tevoren gedacht/ gevreesd had. [i] Wij mensen hebben een fantastisch aanpassingsvermogen.

Dan Ariely zegt daarom in zijn boek ‘Volmaakt onvoorspelbaar’ (leestip!) dat je vervelende dingen het best allemaal achter elkaar kunt doen. Dus als je je huis moet schoonmaken, dan doe je dat het beste in één keer, zonder pauzes. Want na elke pauze moet je weer met tegenzin opnieuw beginnen. Met fijne dingen is het juist andersom, die kun je beter opsplitsen. Dus als je lekker in bad zit, met een fijn boek en een doos chocolaatjes binnen handbereik, dan moet je eigenlijk halverwege uit bad stappen om vervolgens te kunnen voelen hoe fijn het is als je weer in het warme water stapt.

Was het beter geweest als we helemaal geen horeca hadden gehad de afgelopen 7 maanden? Misschien wel ter bestrijding van het coronavirus (goed voorbeeld: Nieuw Zeeland), maar niet voor ons moreel. Laten we deze sluiting van minimaal 4 weken (en ik ga even niet doemdenken over hoeveel langer die periode zou kunnen worden, want straks krijg ik wéér gelijk) maar zien als even uit het warme bad stappen en de chocolaatjes wegleggen. En dan straks weer opnieuw genieten.


[i] (Onderzoek van Brickman e.a. 1978, korte uitleg via toegepastepsychologie.info

Volledige artikel: https://www.researchgate.net/publication/22451114_Lottery_Winners_and_Accident_Victims_Is_Happiness_Relative Brickman, P., Janoff-Bulman, R., & Coates, D. (1978). Lottery winners and accident victims: is happiness relative?. (Journal of Personality and Social Psychology, Vol. 36, No. 8, Aug. 1978, p. 917-927.)  

Recensie Ariely: https://uitbijter.nl/2011/11/11/volmaakt-onvoorspelbaar/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s